Aanwijzingen voor werkzaamheden
- Voorzichtig bij het maken van sleuven in dragende muren, zie gedeelte „Aanwijzingen m.b.t. statica“.
- Belast het elektrische gereedschap niet zo sterk dat het tot stilstand komt.
- Klem het werkstuk vast, wanneer dit niet door het eigen gewicht veilig ligt.
- Het elektrische gereedschap mag alleen voor droog frezen worden gebruikt.
Bescherm de doorslijpschijf tegen slagen, stoten en vet. Stel de doorslijpschijf niet bloot aan zijwaartse druk.
- Stel de slijpdiepte in. zie Slijpdiepte instellen Om onnauwkeurigheden te compenseren die bij het uitbreken van het tussenstuk ontstaan, wordt aangeraden de slijpdiepte ca. 5 mm dieper dan de gewenste sleufdiepte in te stellen.
- Zet het elektrische gereedschap met de loopwielen (9) op het te bewerken oppervlak.
- Schakel het elektrische gereedschap in.
- Duw de voorste handgreep in de richting van het werkstuk om de diamantdoorslijpschijven over de voetplaat heen in het materiaal te kunnen laten vallen. Hierbij moet in eerste instantie een geringe weerstand worden overwonnen.
- Beweeg het elektrische gereedschap met beide handgrepen en met een matige, aan het te bewerken materiaal aangepaste voorwaartse beweging.
- Het elektrische gereedschap moet altijd in tegenloop worden geleid. Anders bestaat het gevaar dat het ongecontroleerd uit de sleuf wordt gedrukt. Beweeg het elektrische gereedschap in de werkrichting die op de voetplaat is aangegeven.
- Na beëindiging van de bewerking zwenkt u het elektrische gereedschap met lopende motor uit de sleuf.
- Schakel het elektrische gereedschap uit.
- Een terugkeerveer en een aanvankelijke weerstand voorkomen samen dat de diamantdoorslijpschijven naar buiten komen als het elektrische gereedschap normaal, rechtop op de grond of een tafel wordt neergezet. Als het elektrische gereedschap zich in de uitgangspositie bevindt, d.w.z. is de beugel (31) in de haak (32) vastgeklikt, dan bestaat bij per ongeluk inschakelen op deze manier maar een gering risico dat het elektrische gereedschap (door wrijvingsparing tussen draaiende diamantdoorslijpschijven en standvlak) beweegt of de ondergrond beschadigt. Als het elektrische gereedschap zich echter ten gevolge van krachtinwerking (bijv. krachtiger neerzetten) niet in de uitgangspositie bevindt, kunnen de diamantdoorslijpschijven kortstondig op het oppervlak slaan en liggen.
Rem uitlopende diamantdoorslijpschijven niet af door zijdelingse tegendruk uit te oefenen.
- Diamantdoorslijpschijven worden tijdens de werkzaamheden zeer heet. Raak deze niet aan voordat ze zijn afgekoeld.
Verwijder het overgebleven tussenstuk in het materiaal met het breekgereedschap (34).
Zagen van bochten is niet mogelijk omdat de diamantdoorslijpschijven anders scheef in het werkstuk gaan zitten.
Bij het doorslijpen van plaatmateriaal moet dit op een stevige ondergrond liggen of ondersteund worden.
Bij het maken van doorvoeren (bijv. met een boorhamer) kunt u uitbreken van het materiaal aan het oppervlak in verregaande mate voorkomen, als u van te voren met de muurfrees een sleuf met maximale slijpdiepte maakt.
Bij het doorslijpen van zeer harde materialen, bijv. beton met een hoog kiezelgehalte, kan de diamantdoorslijpschijf oververhit raken en daardoor beschadigd worden. Dit is duidelijk te zien aan een met de diamantdoorslijpschijf rondlopende vonkenregen.
Onderbreek in dit geval het doorslijpen en laat de diamantdoorslijpschijf onbelast met het hoogste toerental korte tijd draaien om deze af te koelen.
Een merkbaar minder wordende bewerkingssnelheid en een rondlopende vonkenregen zijn aanwijzingen voor een bot geworden diamantdoorslijpschijf. U kunt deze weer slijpen door kort werken in abrasief materiaal, bijv. kalkzandsteen.
Aanwijzingen m.b.t. statica
Sleuven in dragende muren vallen onder landspecifieke regelingen. Deze voorschriften moeten absoluut worden nageleefd. Raadpleeg vóór aanvang van het werk de verantwoordelijke bouwkundige ingenieur, architect of de bevoegde leiding van de bouw.