Slijpdiepte instellen
- De freesdiepte mag alleen bij uitgeschakeld elektrisch gereedschap worden ingesteld.
Met de knop voor instelling van de diepteaanslag (11) kan de gewenste slijpdiepte worden ingesteld.
Stel de gewenste slijpdiepte van de diamantdoorslijpschijven in door aan de knop voor instelling van de diepteaanslag (11) te draaien, zodat de pijlmarkering (19) van de voetplaat (8) naar de waarde van de gewenste slijpdiepte (12) wijst. Let erop dat de knop voor instelling van de diepteaanslag (11) is vastgeklikt. Bij gebruik zonder vastgeklikte knop kan de daadwerkelijke slijpdiepte tijdens gebruik variëren in de richting van een grotere of kleinere waarde. Door slijtage van de diamantdoorslijpschijven kan de daadwerkelijk bereikte slijpdiepte geringer uitvallen dan de ingestelde waarde van de slijpdiepte (12) aangeeft. Meet vóór gebruik de daadwerkelijke indringdiepte van de diamantdoorslijpschijven na. De slijpdiepte kan worden ingesteld op 10 mm, 15 mm, 20 mm, 25 mm, 30 mm, 35 mm, 40 mm of MAX. De instelling MAX waarborgt de maximaal bereikbare slijpdiepte bij elke slijtagetoestand van de diamantdoorslijpschijven.