Meetfuncties

Het meetgereedschap biedt de volgende meetfuncties:

  • wisselspanning testen en meten
  • gelijkspanning testen en meten
  • overbelastingsaanduiding
  • test aardlekschakelaar
  • continuïteitstest
  • eenpolige fasetest
  • draaiveldtest

  • Gebruik in meetomgevingen conform CAT III en CAT IV altijd de testpenbescherming (12).
  • Houd uw vingers bij het gebruik van de handgrepen altijd achter de vingerbescherming.
  1. Raak met de testpennen L1 (2) en/of L2 (4) de te testen contacten aan zoals te zien op de bijbehorende afbeelding.
  2. Het resultaat wordt weergegeven op het led-display (6).
  3. Bij spanningstests worden het type spanning en het spanningsniveau automatisch herkend en aangegeven.
  4. Het led-display (6) geeft het desbetreffende nominale spanningsbereik aan.

  • Voer geen metingen uit wanneer het rustpotentiaal ten opzichte van de massa meer dan 1000 V bedraagt.
  1. Voer de test of meting uit zie Meetprocedure .
  2. Het spanningsniveau (h) verschijnt op het meetgereedschap en de aanduiding AC licht op.

  1. Voer de test of meting uit zie Meetprocedure .
  2. Het spanningsniveau (h) verschijnt op het meetgereedschap en de aanduidingen + en (DC) lichten op.

  1. Voer de test of meting uit zie Meetprocedure .
  2. Wanneer het meetgereedschap overbelast is, knipperen alle spanningsniveaus (h) en de aanduiding ELV (a) brandt.

  1. Voer de test uit zie Meetprocedure .
  2. Druk tijdens de test tegelijkertijd op beide toetsen (8).
  3. De aardlekschakelaar wordt getriggerd, het meetgereedschap trilt en een geluidssignaal is te horen.

De continuïteitstest kan bijvoorbeeld bij kabels, schakelaars, relais, gloeilampen of zekeringen worden uitgevoerd.

  1. Overtuig u er vóór de continuïteitstest van dat de stroomkring die moet worden getest, spanningsloos is.
  2. Voer de test uit zie Meetprocedure .
  3. Bij een geslaagde continuïteitstest licht de aanduiding (c) op en een geluidssignaal is te horen.

  1. Voer de test uit zie Meetprocedure .
  2. De aanduiding AC knippert en de aanduiding ELV (a) brandt.
De eenpolige fasetest kan worden uitgevoerd in een geaard net vanaf 230 V, 50/60 Hz (fase tegen aarde). Bij een eenpolige fasetest werkt het led-display (6) onder bepaalde voorwaarden niet betrouwbaar. Beschermende kleding en isolerende omstandigheden op de locatie kunnen de werking belemmeren. Let op! De spanningsloosheid kan alleen worden vastgesteld door een tweepolige fasetest.

De draairichting (van het magnetisch veld) kan alleen in een systeem met driefase-wisselstroom worden vastgesteld.

  1. Voer de test uit zie Meetprocedure .
  2. Spanning en draaiveldrichting (L of R) worden aangegeven. R geeft aan dat de vermoedelijke fase L1 daadwerkelijk fase L1 en de vermoedelijke fase L2 daadwerkelijk fase L2 van een rechtsdraaiend draaiveld is. L geeft aan dat de vermoedelijke fase L1 daadwerkelijk fase L2 en de vermoedelijke fase L2 daadwerkelijk fase L1 van een linksdraaiend draaiveld is. Bij een hernieuwde test met verwisselde testpennen licht het tegengestelde symbool op.