Storingen verhelpen

Oorzaak

Verhelpen

De compressor kan niet worden ingeschakeld of schakelt automatisch uit (ondanks een lage keteldruk).

De accu is leeg of beschadigd.

Laad of vervang de accu.

Compressor of accu is oververhit.

Laat compressor en accu ten minste 10 minuten afkoelen voordat u de compressor weer inschakelt. Let erop dat alle ventilatieopeningen van de compressor vrij zijn en de compressor goed belucht is.

Er kan geen voldoende keteldruk worden bereikt of de keteldruk daalt na het uitschakelen van de motor zonder dat er perslucht wordt gebruikt.

De accu is te zwak.

Gebruik alleen accu's met een accucapaciteit van minimaal 4 Ah.

Het aftapventiel (7) is niet goed gesloten.

Sluit het aftapventiel helemaal.

De persluchtslang is niet goed aangesloten of is defect.

Controleer de persluchtslang en zijn aansluitingen en vervang indien nodig de persluchtslang.

De compressor schakelt niet automatisch uit.

De luchtfilter (11) is vuil of beschadigd.

Reinig of vervang de luchtfilter.

Het aftapventiel (7) is niet goed gesloten.

Sluit het aftapventiel helemaal.

Het persluchtverbruik is te hoog.

De compressor is niet geschikt voor het aangesloten persluchtgereedschap.

De persluchtslang is niet goed aangesloten of is defect.

Controleer de persluchtslang en zijn aansluitingen en vervang indien nodig de persluchtslang.

De perslucht is te vochtig.

Er zit te veel condenswater in de drukketel.

Schakel de compressor uit en laat het condenswater via het aftapventiel (7) weglopen.

De luchtvochtigheid is te hoog.

Plaats de compressor in een ruimte met een lagere luchtvochtigheidf.

Laat de compressor in de volgende gevallen door een Bosch-servicecentrum controleren:

Probeer niet de drukketel (8) zelf te repareren.