Na einde van het werk
- Laat de compressor vóór alle werkzaamheden aan de compressor afkoelen. De compressor kan bij langer gebruik heet worden.
Schakel de compressor na het einde van het werk met de aan/uit-schakelaar (6) uit. Maak de drukketel leeg, bijv. via een aangesloten uitblaaspistool of bij het aftappen van het condenswater.
Laat telkens na het werk het verzamelde condenswater uit de drukketel weglopen:
- Open langzaam het aftapventiel (7).
Het condenswater kan vuil zijn en onder druk uitstromen. Houd alle lichaamsdelen uit de buurt van het aftapventiel en draag een veiligheidsbril. - Kantel de compressor iets zodat het verzamelde water helemaal door het aftapventiel kan weglopen.
Neem goed nota van de geldende voorschriften voor de afvoer van vervuild water. - Sluit na het leegmaken het aftapventiel (7) weer.
- Als het condenswater niet na elke werkdag wordt afgetapt, kan de drukketel door corrosie worden beschadigd en barsten. Een barstende drukketel (8) kan leiden tot letsel en schade.