Onderhoud en reiniging
- Neem de accu vóór alle werkzaamheden aan de compressor (bijv. onderhoud, reiniging enz.) uit de compressor. Bij per ongeluk bedienen van de aan/uit-schakelaar bestaat gevaar voor letsel.
- Houd de compressor en de ventilatieopeningen schoon om goed en veilig te werken.
Bewaar de compressor op een droge, schone plek en beveilig hem tegen gebruik door onbevoegden.
Luchtfilter reinigen (zie afbeelding A)
Een vuile of beschadigde luchtfilter kan het vermogen van de compressor verlagen. Controleer en reinig daarom de luchtfilter regelmatig:
- Schroef de luchtfilter (11) linksom uit de compressorbehuizing.
- Schroef het deksel (12) van de luchtfilter linksom van het luchtfilter af.
- Verwijder het filterelement (15) uit de luchtfilter.
- Reinig het filterelement voorzichtig, bijv. met een zachte borstel.
Als het filterelement beschadigd is, vervang het dan. - Plaats het filterelement (15) in de luchtfilter (11).
- Schroef het deksel (12) rechtsom vast op de luchtfilter.
- Plaats de luchtfilter (11) in de compressorbehuizing en schroef deze rechtsom vast.
Veiligheidsventiel controleren
Controleer met regelmatige tussenpozen het veiligheidsventiel (5) op de compressor.
Draai hiervoor het veiligheidsventiel (5) linksom tot er perslucht naar buiten komt. Draai vervolgens het veiligheidsventiel rechtsom weer dicht.
Let erop dat het veiligheidsventiel schoon en vrij van beschadigingen is.
Als er bij de controle geen perslucht naar buiten komt of zijn beschadigingen bij het veiligheidsventiel (5) te zien, gebruik de compressor dan niet. Laat het veiligheidsventiel door een Bosch-servicecentrum vervangen.