Ingebruikname
- Bescherm het meetgereedschap tegen vocht en fel zonlicht.
- Stel het meetgereedschap niet bloot aan extreme temperaturen of temperatuurschommelingen. Laat het bijv. niet gedurende langere tijd in de auto liggen. Laat het meetgereedschap bij grotere temperatuurschommelingen eerst op temperatuur komen, voordat u het in gebruik neemt. Bij extreme temperaturen of temperatuurschommelingen kan de nauwkeurigheid van het meetgereedschap nadelig beïnvloed worden.
- Vermijd krachtige stoten of vallen van het meetgereedschap.
Zaklamp
- Druk op de toets
om de zaklamp in of uit te schakelen.
Als het meetgereedschap ca. 5 minuten lang niet wordt gebruikt, schakelt de zaklamp automatisch uit.
Toetsen voor het testen van een aardlekschakelaar
Door de beide toetsen
tegelijkertijd in te drukken kan tijdens de meting een intacte aardlekschakelaar worden getriggerd.
- Voor de zelftest schuift u de handgrepen L1 (1) en L2 (7) uit elkaar, houdt u de testpennen L1 (2) en L2 (4) 3 seconden lang tegen elkaar en haalt u ze daarna weer van elkaar los.
- Na 3 seconden branden alle aanduidingen, een geluidssignaal is te horen en het meetgereedschap trilt.
- De zelftest kan ook worden uitgevoerd door de beide toetsen voor het testen van een aardlekschakelaar
3 seconden lang in te drukken en daarna los te laten.